Wat vertel je een kind wel en niet na een ingrijpende gebeurtenis?

Auteur: Marijke Uithol
GZ-psycholoog met expertise in angst, trauma en rouw
Directeur Psychologiepraktijk Marijke Uithol

Leeswijzer: daar waar hij/hem staat, kan ook zij/haar gelezen worden, of een voornaamwoord naar wens.


Een overlijden, een scheiding, een ernstig ongeluk, suïcide, een ouder die wordt opgepakt, huiselijk geweld of een ernstige ziekte. Als ouder wil je eerlijk zijn. Tegelijkertijd vraag je je misschien af: hoeveel vertel ik eigenlijk? Vertel ik te veel en maak ik mijn kind onnodig bang? Of vertel ik te weinig waardoor mijn kind zelf de lege plekken gaat invullen?

Het antwoord zit verrassend genoeg niet in de hoeveelheid informatie die je geeft. Het zit vooral in de relatie die je met je kind hebt. Na een ingrijpende gebeurtenis is niet de inhoud van het gesprek het belangrijkste. Het belangrijkste is dat je kind ervaart: ik kan altijd bij jou terecht met mijn vragen en mijn gevoelens.

Laat je kind het tempo bepalen

Volwassenen verwerken informatie vaak door er uitgebreid over te praten. Kinderen doen dat anders. Zij verwerken moeilijke gebeurtenissen in kleine stukjes. Een kind stelt één vraag, krijgt een antwoord en gaat vervolgens weer verder met spelen alsof er niets aan de hand is. Dat betekent niet dat het gesprek klaar is. Het betekent dat het kinderbrein voor dat moment voldoende informatie heeft gekregen.

Een paar dagen later kan er ineens een nieuwe vraag komen. Of drie weken later tijdens het tandenpoetsen. Of vlak voor het slapengaan. Soms zelfs midden in de supermarkt. Dat is heel normaal. Kinderen verwerken moeilijke informatie in fases. Laat hen daarom bepalen wanneer ze toe zijn aan een volgend stukje informatie.

Geef alleen antwoord op de vraag die wordt gesteld

Een van de grootste valkuilen van volwassenen is dat we alvast antwoord geven op alle vragen die een kind misschien nog gaat stellen. Daarmee geven we vaak veel meer informatie dan een kind op dat moment aankan.

Stel dat een kind vraagt: ‘Hoe is opa overleden?’

Je eerste neiging kan zijn om het hele verhaal uit te leggen. Maar vaak is een eenvoudig antwoord voldoende: ‘Opa was heel erg ziek geworden en zijn lichaam kon niet meer beter worden.’

Daarna wacht je. Misschien is dat genoeg. Misschien komt er een vervolgvraag. Pas dan geef je weer een klein stukje extra informatie. Zo bouw je het verhaal stap voor stap op, precies op het tempo van het kind.

Niet alles wat waar is, hoeft verteld te worden

Eerlijk zijn betekent niet dat je alle details hoeft te delen. Sommige informatie helpt een kind helemaal niet bij de verwerking. Sterker nog, sommige details kunnen juist extra belastend zijn.

Denk bijvoorbeeld aan:

  • lugubere beschrijvingen van een overlijden;
  • details over geweld of een ongeluk;
  • medische details die angst oproepen;
  • informatie uit een politieonderzoek;
  • foto’s of beelden van een gebeurtenis.

Kinderen denken in beelden. Wanneer je een gruwelijke situatie uitgebreid beschrijft, maakt een kinderbrein daar een film van. Die beelden kunnen zich blijven herhalen en zelfs bijdragen aan traumaklachten. Vraag jezelf daarom steeds af: helpt deze informatie mijn kind of lucht ik vooral mijn eigen behoefte om volledig te zijn?

Bescherm de loyaliteit van je kind

Soms heeft een ouder iets gedaan wat strafbaar is. Er kan sprake zijn van een gevangenisstraf, verslaving, mishandeling of een ander ernstig delict. Ook dan is eerlijkheid belangrijk, maar niet alle details.

Een kind heeft van nature een sterke loyaliteit naar beide ouders. Wanneer volwassenen te veel belastende informatie geven, kan een kind het gevoel krijgen dat het moet kiezen tussen goed en fout. Dat kan veel spanning en schuldgevoel geven.

In plaats van te zeggen: ‘Papa heeft iemand mishandeld en moet daarom jarenlang de gevangenis in’, kun je zeggen: ‘Papa heeft dingen gedaan die volgens de wet niet mogen. Daarom moet hij nu een tijd ergens anders verblijven terwijl grote mensen hiermee bezig zijn.’ Zonder eigen oordeel of lading.

Wanneer je kind later meer wil weten, kun je opnieuw een klein stukje informatie toevoegen. Niet eerder.

Investeer in het contact, niet in het antwoord

Kinderen zoeken vaak niet als eerste naar feiten. Ze zoeken verbinding. Ze willen weten of hun vraag welkom is en of jij beschikbaar bent. Probeer daarom eerst aan te sluiten voordat je antwoord geeft.

Bijvoorbeeld:

  • ‘Wat fijn dat je dit aan mij vraagt.’
  • ‘Ik ben blij dat je hiermee naar mij toe komt.’
  • ‘Dat lijkt me een moeilijke vraag.’
  • ‘Ik snap heel goed dat je hierover nadenkt.’

Met zulke reacties leert een kind iets heel belangrijks: mijn vragen mogen er zijn.

Stel eerst een vraag terug

Vaak ontdek je dan waar de echte behoefte van je kind zit.

Je kunt bijvoorbeeld vragen:

  • ‘Waar moest je ineens aan denken?’
  • ‘Wat maakt dat je dit nu vraagt?’
  • ‘Wat denk jij zelf?’
  • ‘Heb je ergens iets over gehoord?’
  • ‘Ben je ergens bang voor?’

Stel dat een kind vraagt: ‘Heeft papa pijn gehad toen hij doodging?’

In plaats van direct antwoord te geven kun je vragen: ‘Wat maakt dat je dat graag wilt weten?’

Misschien zegt je kind dan: ‘Ik hoop dat hij niet bang was.’

Ineens gaat het gesprek niet meer over medische details, maar over een gevoel van liefde, zorg en verdriet. Dáár zit vaak de echte hulpvraag.

Het is niet erg om iets niet te weten

Veel ouders voelen de druk om overal antwoord op te moeten geven. Dat hoeft helemaal niet.

Je mag gerust zeggen:

  • ‘Dat weet ik eigenlijk niet.’
  • ‘Daar heb ik zelf ook geen antwoord op.’
  • ‘Misschien horen we daar later meer over.’
  • ‘Sommige dingen weten we gewoon nog niet.’

Daarmee leer je je kind dat onzekerheid bij het leven hoort en dat niet alles direct opgelost hoeft te worden.

Wees de Emotional Bucket van je kind

Vang de emoties van je kind op

Na een ingrijpende gebeurtenis heeft een kind vooral een veilige volwassene nodig die emoties kan verdragen. Niet iemand die alle problemen oplost, alle antwoorden heeft of binnen vijf minuten een oplossing uit Google tovert. Kinderen zoeken geen wandelende Wikipedia. Ze zoeken een veilige haven.

Je kunt letterlijk zeggen:

• Je mag alles bij mij neerleggen.
• Je hoeft mij niet te sparen.
• Je verdriet mag er zijn.
• Je boosheid ook.
• Je hoeft dit niet alleen te dragen.

Kinderen voelen haarfijn aan of een ouder begint te wiebelen zodra de emoties groot worden. Ze hebben daar een soort ingebouwde radar voor. Wanneer jij rustig blijft, leert je kind dat grote gevoelens niet gevaarlijk zijn. Dat verdriet niet stukmaakt. En dat boosheid niet betekent dat de wereld vergaat.

Dat betekent trouwens niet dat jij een emotionele afvalcontainer hoeft te worden die nooit geleegd wordt.

Wees lief voor jezelf, zoek een dierbare op en deel je gevoelens met anderen.

Zie jezelf als een emmer. Je kind mag daar zijn verdriet, boosheid, angst en zorgen even in stoppen. Jij houdt die emmer vast zolang je kind dat nog niet alleen kan. Maar als je vervolgens met een overvolle emmer blijft rondlopen, wordt de kans groot dat hij een keer overloopt. Meestal precies op een moment waarop je dat liever niet hebt. Bijvoorbeeld als de melk omvalt, de hond blaft of iemand vraagt wat we vanavond eten.

Daarom is het belangrijk dat jij jouw eigen emmer ook weer leegt. Bij je partner, een goede vriend, een familielid of een behandelaar. Niet bij je kind. Zo blijft jouw emmer leeg genoeg om de volgende keer weer stevig vast te houden wat jouw kind even niet alleen kan dragen.

Je hoeft geen perfecte ouder te zijn. Je hoeft alleen een ouder te zijn die af en toe zijn eigen emmer leegt. Dat is niet egoïstisch. Dat is onderhoud. En net als bij de vuilnis geldt: als je hem nooit buiten zet, gaat hij vanzelf een beetje stinken.

Neem altijd de tijd

Kinderen stellen hun belangrijkste vragen zelden op een handig moment. Net voordat je wilt koken. Tijdens het autorijden. Vlak voor het slapengaan of wanneer je net een belangrijk appje wilt beantwoorden.

Juist dan is jouw reactie van grote betekenis.

Leg je telefoon weg. Stop even met waar je mee bezig bent. Ga op ooghoogte zitten. Maak oogcontact. Geef je kind het gevoel dat er alle tijd van de wereld is.

Dat hoeft geen gesprek van een uur te zijn. Soms zijn vijf minuten echte aandacht veel waardevoller dan een half uur praten terwijl je ondertussen de vaatwasser uitruimt.

Uiteindelijk is er maar één doel

Na een ingrijpende gebeurtenis hoef je niet alle antwoorden te hebben. Je hoeft ook niet alle pijn weg te nemen. Je belangrijkste taak is dat je kind leert: als ik verdrietig ben, bang ben, boos ben of in de war ben, kan ik altijd bij jou terecht.

Kinderen herstellen niet omdat volwassenen precies de juiste woorden vinden. Ze herstellen omdat ze ervaren dat er iemand is die naast hen blijft zitten, ook wanneer het moeilijk wordt. Dat veilige contact is uiteindelijk veel krachtiger dan welk antwoord dan ook.

Tot slot

Als ouder zul je achteraf misschien weleens denken: Had ik dit anders moeten zeggen? Heb ik genoeg verteld? Of juist te veel?

Wees mild voor jezelf.

Kinderen hebben geen perfecte ouders nodig. Ze hebben ouders nodig die beschikbaar zijn. Ouders die durven zeggen: ‘Ik weet het even niet.’ Ouders die fouten mogen maken en daarop terug kunnen komen. En vooral ouders die laten voelen: wat er ook gebeurt, je hoeft het niet alleen te dragen.

Dus voel niet de druk om altijd het perfecte antwoord te geven. Het mooiste antwoord zit vaak niet in je woorden, maar in je aanwezigheid. In het feit dat je gaat zitten, luistert, een arm om je kind heen slaat en laat merken: ik blijf bij je, ook als het moeilijk is.

Dat is de basis van veerkracht. Niet omdat het leven zonder pijn is, maar omdat een kind leert dat pijn samen gedragen kan worden.

En vergeet daarbij jezelf niet. Ook jij bent geraakt door wat er is gebeurd. Zoek mensen bij wie jij jouw eigen emoties kwijt kunt. Want hoe beter jouw eigen emmer gevuld én geleegd wordt, hoe meer ruimte er overblijft om de veilige haven voor je kind te zijn.

Je hoeft het niet perfect te doen. Je hoeft er alleen maar steeds opnieuw te zijn.

Lieve groet,

Marijke Uithol

Heb je vragen naar aanleiding van dit artikel? Klik hier om een mail te sturen.

Disclaimer: alle rechten voorbehouden aan de auteur.

© Copyright Psychologiepraktijk Marijke Uithol 2022. Alle rechten voorbehouden. De op deze website afgebeelde gegevens, waaronder begrepen teksten, foto’s, beeldmerken, (handels)namen en logo’s, zijn eigendom van of in licentie bij Psychologiepraktijk Marijke Uithol / De Butskees-methode en worden beschermd door het auteursrecht, merkenrecht en/of enig ander intellectueel eigendomsrecht. De hiervoor genoemde rechten gaan op geen enkele wijze over op (rechts)personen die toegang krijgen tot deze website.

De inhoud van deze website mag alleen worden gebruikt voor persoonlijke doeleinden. Het gebruik voor commerciële doeleinden is niet toegestaan. Het is de gebruiker van de website niet toegestaan de inhoud van de website geheel of gedeeltelijk te reproduceren, over