Binnen de praktijk is het mogelijk om zowel bij kinderen als volwassenen onderzoek te verrichten naar de volgende gebieden:

  • Intelligentieonderzoek;
    meer informatie en tarieven voor intelligentieonderzoek bij kinderen/jongeren en volwassenen
  • Trauma
  • Angsten
  • ADHD
  • Autisme
  • Zelfbeeld
  • Prikkelverwerking/Hoogsensitiviteit
  • Hoogbegaafdheid
  • Trauma

Er is een korte wachtlijst. De tarieven voor onderzoek vind je hier.


De fases van onderzoek – handelingsgerichte diagnostiek (HDG)

Handelingsgerichte diagnostiek is een manier van onderzoek waarbij we samen met ouders, leerkrachten en eventueel andere betrokkenen kijken naar wat een kind nodig heeft om zich zo goed mogelijk te kunnen ontwikkelen.

We richten ons niet alleen op wat er ‘mis’ is, maar vooral op wat wél werkt en hoe we het kind kunnen helpen. Het doel is om praktische en haalbare adviezen te geven die meteen toepasbaar zijn in de klas en thuis.

Belangrijke kenmerken van HGD zijn:

  • We kijken naar de sterke kanten van het kind.
  • We zoeken naar wat het kind belemmert in zijn of haar ontwikkeling.
  • We stellen vragen als: Wat heeft dit kind nodig? Wat werkt? Wat kunnen we samen doen?
  • Ouders en school worden actief betrokken bij het hele proces.

Het resultaat is een duidelijk plan dat aansluit bij het kind én de omgeving. Zo zorgen we er samen voor dat het kind zich optimaal kan ontwikkelen.


Wel of geen diagnose?

Bij het werken met kinderen kijken we liever naar wie het kind is en wat het nodig heeft, dan meteen naar een “label” of diagnose. Een DSM-5-classificatie kan soms helpen om problemen te begrijpen, maar het zegt niet alles over het kind of de situatie.

We spreken liever van een classificatie dan van een diagnose, omdat we bij kinderen meestal niet te maken hebben met een medische aandoening, maar met gedrag of ontwikkeling die afwijkt van wat we verwachten. Een classificatie (zoals in de DSM-5) is een manier om problemen te benoemen en ordenen, zodat we ze beter kunnen begrijpen en er passende hulp voor kunnen bieden. Een diagnose klinkt medisch en vaststaand, terwijl een classificatie meer ruimte laat voor ontwikkeling, verandering en context.

We zijn daarom voorzichtig met het stellen van zo’n classificatie, omdat:

  • Het risico bestaat dat we te veel focussen op het probleem, in plaats van op mogelijkheden en oplossingen.
  • Een label kan invloed hebben op hoe een kind zichzelf ziet, of hoe anderen naar het kind kijken.
  • We liever samen met ouders en school kijken naar praktische ondersteuning die het kind echt verder helpt.

Soms is een classificatie nodig, bijvoorbeeld voor het aanvragen van hulp.